“Een olifant probeert geen giraf te worden,
maar een mens probeert steeds iets te worden dat hij niet is”
Ik kom uit een groot nest van negen kinderen en ben de achtste in de rij. Toen ik klein was, wilde ik dierenarts worden. Het liep anders.
Als achtjarig jongetje verbaasde ik me over de stijve en strakke bewegingen van de grote mensen om me heen, vooral wanneer ik dat vergeleek met onze volwassen rood-witte kater. Hij had hetzelfde bewegingsstelsel en bewoog zo soepel en elegant. Wat was dat toch met de mensen?
Ik fantaseerde met regelmaat over weglopen van huis om ergens in een bos te gaan wonen, maar dat is best lastig als je nog klein bent.
Totdat ik uit huis ging, verhuisde ik vijf keer. Drie lagere scholen en twee middelbare scholen verder: het zwerven en observeren werd me met de paplepel ingegoten. Bovendien kon ik mijn draai niet vinden in het schoolse systeem. Uiteindelijk nam ik genoegen met een mavo-diploma en vluchtte ik op mijn achttiende het ouderlijk huis uit door de verpleging in te gaan. Meteen een opleiding volgen en geld verdienen, dat leek me wel wat. En de anatomie bestuderen leek me ook wel wat. Misschien dat ik zo een antwoord zou krijgen op de vraag over de kater en de mensen.
Mijn weg heen
de samenleving in
Begin twintig liep ik tegen de grote vragen van het volwassen worden aan. Al gauw volgde mijn eerste grote crisis.
Op aanraden van mijn oudste zus, Tine, las ik de boekjes van de psychotherapeut Bruno Paul de Roeck, die ik geweldig vond, vooral Gras onder mijn voeten. Als ik het nu teruglees, snap ik weer helemaal wat mij toen zo aansprak:
“Er bestaat geen onderscheid tussen gezond en ziek. Wij leven op het niveau van gevoelens en het denken, het piekeren. Een olifant probeert geen giraf te worden, maar een mens probeert steeds iets te worden dat hij niet is. Alleen vanuit het hier en nu kan ik zijn, kan ik ademen. Ik kan mezelf niet opdelen in vakjes als lichaam, ziel, geest of stof; deze horen allemaal bij elkaar.”
Na drie jaar verpleging begon ik begin jaren tachtig aan de Academie voor Expressie door Woord en Gebaar in Utrecht. Daar leerde ik van mijn bewegingsdocent Margot de Groot: “Alles begint in de voeten” en Machteld Hauer riep tijdens een theateroefening over mijn bewegingen: “Maak het groot, Dirk, maak het groter!” Daar begon mijn eerste zoektocht naar een gezond en evenwichtig leven: hoe te lopen en hoe te ademen.
Het was dezelfde periode waarin ik kennismaakte met daoïstische boeken als de Dao De Jing en de I Tjing. Ik snapte er weinig van, maar het voelde als waarheid.
In de jaren die volgden, zwierf ik van hot naar her en ontdekte ik de gevaren van het leven. Altijd was ik op zoek naar randen en grenzen. Ik stootte vaak mijn hoofd, letterlijk en figuurlijk, in alles. Wat was ik eigenwijs! Ik wilde alles onderzoeken: soorten werk, mensen, verschillende woonplaatsen en streken, hoe goed of slecht ik voor mezelf kon zorgen, relaties. In alles was het de ene reis na de andere.
Nu pas besef ik dat ik al zwervend veel heb geleerd over de wetten van de natuur, waar wij als mensen mee te maken hebben en afhankelijk van zijn. En dat we door eigenwijs, arrogant en hebzuchtig te zijn en ons boven de natuur te plaatsen, vanzelf stijf, ziek en misselijk worden.
Toen ik aan het einde van mijn twintiger jaren vader werd, gaf ik me over en besloot ik mijn best te doen om me aan te passen aan de samenleving. Ik ontwikkelde me als begeleider van (groepen) mensen en volgde pedagogische en op begeleidingswerk gerichte opleidingen en trainingen.
Zowel privé als in mijn werk kwam ik mensen tegen van alle leeftijden, in verschillende grenssituaties. Het ging om te vroeg geboren baby’s, ouders die hun kind niet konden verzorgen of zelf dood wilden, jongeren met opvoedingsproblematiek, gezinnen, opvanghuizen, op straat, mensen met zware verslavingsproblematiek, mensen in buurten en wijken, ouderen en mensen die dood gingen. Soms veel te vroeg naar mijn zin.
Rond 2000 startte ik mijn trainingswerk met volwassenen. De eerste kneepjes van het vak leerde ik van Piet Reckman. Daarna werkte ik een paar jaar als trainer voor jongeren en met mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt.
Ik werkte me een slag in de rondte, klom op tot manager, met een leaseauto en een laptop. Ik kreeg het idee dat ik best een geslaagde jongen was. Met helaas veel bla-bla, dat wel.
Mijn weg terug
Het terugvinden van de ware aard
Ik was de weg kwijt geraakt. Ondanks, of eigenlijk dankzij mijn ogenschijnlijke succes, zorgde ik onvoldoende voor mezelf en voor de mensen van wie ik het meest hield: mijn partner en kinderen. “Bij de loodgieter lekken thuis de leidingen.” Het voelde alsof ik uit elkaar viel. Mijn relatie met de moeder van mijn kinderen eindigde en een turbulente periode volgde. Dit was duidelijk een wake-up call. Het roer moest om. In die tijd begon ik met het beoefenen van tai-qi.
Vanaf 2008 verdiepte ik mijn kennis op het gebied van communicatie en later vitaliteit. Dat begon met het geven van agressie- en emotieregulatie-trainingen aan professionals. Ik volgde de driejarige communicatieopleiding bij Phoenix en maakte daar kennis met Transactionele Analyse, Neuro-Linguïstisch Programmeren en Systemisch Werken.
Daarna volgde ik de driejarige opleiding tot vitaliteitstherapeut op basis van Traditional Chinese Medicine (TCM) bij het CNGO in Tilburg en werd ik qi-gong instructeur. Ik verfijnde mijn tai-qi-vorm en leerde over de eeuwenoude kennis van de Chinese gezondheidsfilosofie over het lichaam, de organen, houding, beweging, gedrag, emoties en bewustzijn. Ik kon deze inzichten makkelijk verbinden aan westerse kennis en inzichten, zoals de karakterstructuren van Reich en de overlevings- en traumatheorieën van Peter Levine en anderen. Ook de coaching en training van Henne Arnold Verschuuren over de Maskermaker droegen daaraan bij.
Alle puzzelstukjes vielen op hun plek. Van de anatomielessen uit de verpleging en de bewegingslessen op de academie tot oude Chinese wijsheden.
De wetten van de natuur zijn heilig. Wanneer ik die serieus neem, wordt mijn lijden niet onnodig groter, ervaar ik mijn geluk dieper, blijf ik makkelijker gezond en verdiep ik mijn relaties.
Ik kreeg een duidelijk antwoord op de vraag die ik als achtjarige jongen stelde. Onze rood-witte kater wist dit dus allemaal al.
Veel dank aan alle mensen die ik ooit begeleidde en mocht trainen in de honderden communicatie-, agressie- en vitaliteitstrainingen die ik gegeven heb. Dank aan mijn ouders, broers en zussen, meesters en juffen. Door hen kon ik alles in de praktijk ervaren en beter begrijpen. Ik herken wat Porges in een van zijn boeken schrijft: “Het sociale betrokkenheidssysteem geeft mensen een grote mate van flexibiliteit in communicatie en reguleert lichaamsdelen die worden gebruikt tijdens sociale interacties met de omgeving.”
Hoe steviger en vitaler dit systeem, hoe beter we met stress kunnen omgaan en hoe gezonder we leven. Vitaliteit in lichaam en geest en sociaal-emotionele veerkracht komen hier samen. Het terugwinnen van natuurlijke vitaliteit, bewegingen en gedrag is noodzakelijk voor zielsontwikkeling.
Mijn manier van werken met mensen heeft een praktische ingang. Ik ben vriendelijk en direct. Praten is oké, maar ook meteen ervaren, voelen en invloed uitoefenen op eigen denk- en gedragspatronen. Voor mij is dit de weg terug: op weg naar de souplesse van een tijger of huiskat, de spontaniteit van een vlinder en het inzicht van een Tibetaanse monnik.
Mijn helden en inspiraties
Mijn helden
Ik sta op de schouders van anderen: mijn leraren en coaches … Een paar:
- Loeki Wieringa, mijn eerste speldocent, die mij in contact bracht met de kunst van zelfexpressie en meditatie
- Margot Groot, Machteld Hauer en andere docenten op de Academie voor Expressie door Woord en Gebaar, die mij opnieuw leerden mijn lichaam voor expressie te gebruiken (zie interview Margot)
- Piet Reckman, waarvan ik de eerste beginselen van het trainen leerde, gericht op de ontwikkeling van mens en maatschappij: action learning, ervaringsgericht leren in grenssituaties
- Jan Smit, die mij begeleidde in de periode van een dreigende burn-out (zie interview Jan)
- Tineke van de Barg, die mij in diezelfde periode door acupunctuur verloste van de fysieke gevolgen van mijn overschatting, (zie interview Tineke)
- De vrijwilligers/leraren van de ‘Taoisttaichi organization’, waar ik een deel van mijn tai-qi vorm leerde
- Mariëtte van Cooten en William Wilson, mijn begeleiders bij Phoenix en mijn 22 medestrijders in deze driejarige opleiding
- Henne Arnold Verschuren, die mij hielp om mijn maskers meer en meer te herkennen en waar nodig af te leggen (zie interview Henne Arnold)
- Mijn docenten van de BOCAM opleiding, die mij de basisprincipes van de traditionele Chinese geneeskunde bijbrachten
- Inge van Voornveld en Noëlle Ruitenberg, die mij via yoga kennis lieten maken met het losmaken van fysieke pantsers (zie interview Noëlle)
- Jaap Voight, die mij de weg wees naar de Innnerlijke Alchemie (fysieke, emotionele en zielsontwikkeling), gebaseerd op de daoïstische filosofie (zie interview Jaap)
Schrijvers, dichters van boeken die ik verslond en verslind, waarvan ik er maar een paar noem, want de lijst is lang en wordt alleen maar langer:
Joseph Campbel, Buno Paul de Roeck, Lao Tze, Zhuang Zi, Liu I-Ming, Carl Jung, Rumi, Marianne Williamson, Eckhart Tolle, Jaap Voigt, Bruno Paul de Roeck, Elly Nooyen, Han Boering, Kenneth Cohen, Peter Levine, Irvin Yalom, John Welwood, John O’Donohue, …..…
